Verhulst – Der Glanz von Kopenhagen

VerhulstKopenhagenEr zijn maar weinig wetenschappelijke boeken waar in de laatste bladzijden een spectaculaire plot aan het licht komt. Jos Verhulst heeft zo’n boek geschreven over de kwantumtheoretische benadering van de fysica: Der Glanz von Kopenhagen heeft een einde dat bewijst dat Rudolf Steiner gelijk had toen hij voorspelde dat in de 20e eeuw grote groepen van de mensheid ongemerkt de drempel naar de geestelijke wereld zullen passeren.

De natuurkundig geschoolde antroposoof leeft vele jaren in twee gescheiden werelden die hij beide lief heeft maar die elkaar nauwelijks verdragen. Aan een kant is er de begrensde wereld van de de natuurkunde. Zij kan de niet-materiële oorsprong van de materiële werkelijkheid per definitie niet tot haar domein toelaten. Hier geldt het “ignoramus et ignorabimus” van Du Bois Reymond. Deze eenzijdige volharding leidt tot tegenstrijdigheden als de tweelingenparadox van de relativiteitstheorie, of het bestaan van sterrenstelsels met een gemeenschappelijke oorsprong die zich sneller dan het licht van elkaar verwijderen (doordat de ruimte zich opblaast), maar elkaar daardoor nimmer meer kunnen bereiken. Fameus is ook de ontkenning van het inmiddels aangetoonde fenomeen van de verstrengeling (entanglement): momentane beïnvloeding op afstand van deeltjes die ooit in elkaars nabijheid zijn geweest.

Aan de andere kant bevindt zich de oneindige geestelijk wereld van waaruit de scheppingsmachten de waarneembare werkelijkheid tot verschijning hebben gebracht. In deze wereld, net buiten het fysieke domein, bevindt zich de etherwereld. Juist door zijn nabijheid is deze voor sommige fysici het meest raadselachtig en moeilijkst te vatten deel van de antroposofie. Zolang hij maar wegblijft van deze grens kan de antroposoof zijn beide interesses afzonderlijk verdiepen. De prijs, het bestaan van een ontoegankelijk, raadselachtig rijk, is pijnlijk, maar lange tijd te verdragen. Dan verschijnt het boek van Verhulst …

Het boek

In vier zorgvuldig uitgewerkte stappen gaan we door de deeltjesfysica. De auteur heeft een grote interesse in de School van Kopenhagen en de persoonlijkheden die met Niels Bohr de kwantumtheorie ontwikkelden. Hoewel Verhulst een duidelijk eigen boodschap heeft wordt zijn boek overal, tot en met de laatste bladzijde, ondersteund door citaten uit deze kring of van de onderzoekers direct daar omheen. Het boek heeft als motto een citaat van Bernard d’Espagnat:

In den Augen der heutige Physiker erscheint die “Kopenhagener Schule” de zwanziger und dreißiger Jahre in hellen Glanz und strahlt mindestens so hell wie das Athen des Perikles.

Het debat in en met de School van Kopenhagen, waarin naast Bohr, onder meer Heisenberg, Schrödinger, Pauli en Einstein een rol spelen, is een debat tussen Aristotelici en Platonici. Verhulst laat zien dat ze elkaar vinden en hoe dit de natuurkunde blijvend verandert. Genoeg voor een antroposofische fysicus om op het puntje van zijn stoel te gaan zitten en daar niet meer vanaf te komen.

In deel één wordt de essentie van het onzekerheidsprincipe behandelt. Meetinstrumenten maken deel uit van het proces dat wordt waargenomen waardoor op het laagste niveau geen zekerheid meer geldt, alleen nog waarschijnlijkheid.

Deel twee gaat over het licht: golf of deeltje. Het is maar hoe je het bekijkt. Dit geldt ook voor de kleinste massa deeltjes. Het woord deeltje is al fout en zal nog vele generaties op het verkeerde been zetten. We kunnen alleen spreken over de kans om ergens een fenomeen waar te nemen, afhankelijk van het experiment.

Deel drie beschouwt de Aristotelische tweedeling: materie en vorm. Materie is hier breed op te vatten als de potentie een bepaalde vorm tot verschijning te brengen. Langzamerhand wordt nu duidelijk dat in de onderste laag van de natuurkunde de Kopenhagers het ontstaan van de fenomenen uit een niet waarneembare wereld bestuderen. De Aristotelici zoals Bohr willen zich beperken tot een beschrijving van het waargenomen fenomeen. Platonici als Heisenberg menen dat hun wiskunde de wetten van een niet-waarneembare realiteit beschrijft.

Deel vier legt een relatie met de biologie: vormen drukken zich uit in levende organismen. De “starrköpfige” fysicus kan dit alleen maar voor kennisgeving aannemen.

Dan komt deel vijf waarin hij zich als antroposoof beter thuis voelt: beschouwingen over het bewustzijn, denken en willen. Vele paradoxen, bekende en onbekende, passeren de revue. De paradoxen kunnen worden opgelost door te realiseren dat zij het resultaat zijn van al te vasthoudende eenzijdige standpunten. Door de wil de scholen kunnen zij in beweging worden gebracht. De Platonici en Aristotelici uit Kopenhagen hebben het ons voorgedaan en daardoor onze blik op de onderste lagen van de fysieke werkelijkheid verandert.

Wat het boek bracht

Een geweldig boek. 20 jaar geleden in een ruk uitgelezen, vaak naar sommige hoofdstukken teruggekeerd, vaak aan anderen aanbevolen. Nu is het uitverkocht. Het karma zorgde dat het dit jaar opnieuw van kaft tot kaft werd gelezen. Dan opeens zijn daar, helemaal op het eind, een paar verbijsterende paragrafen in het slotwoord. Vroeger vermoedelijk genegeerd of als onbegrijpelijk ter zijde gelegd. Nu ineens dringt het door wat de werkelijke boodschap is van Jos Verhulst.

In de vier eerste delen worden vier openingen getoond van de materialistische fysica naar de wereld waaruit deze is ontstaan, de etherwereld. Deze doorgangen moeten er zijn omdat anders de materiële werkelijkheid een afgesloten geheel zou vormen. Hiërarchieën, magiërs, geheime spreuken,  de vrije wil, demonen, kabouters en elfen, alles goed en wel, ze bestaan, niet alleen omdat er hardnekkig over wordt gesproken, maar vooral omdat de ziel het accepteert. Maar waar in de materie komen ze binnen?

De vier openingen, behandeld in de vier eerste delen zijn vier poorten naar de vier etherwerelden, de warmte-ether, de lichtether, de chemische ether en de levensether. Ineens wordt begrepen dat het hele boek geschreven is om hierop te wijzen. Er overvalt de lezer een groot gevoel van geluk, vanwege dit inzicht, van dankbaarheid, naar de schrijver, en van verlangen om dit nog beter te doorgronden.

1994 – 2014

Print Friendly, PDF & Email
Scroll naar top