19 – 81

De queeste van Peter Plichta

De getallen 19 en 81 vormen een interessant duo. Niet zozeer vanuit de getallenleer zelf, maar vooral vanuit het vermoeden dat er een kosmisch geheim achterligt. De chemicus / apotheker Peter Plichta wijst daarop vanuit de chemie [1]*. Er zijn 19 linksdraaiende aminozuren die de bouwstenen vormen van het DNA. Waarom 19? Het hadden er meer kunnen zijn maar die worden niet gebruikt. De bouwstenen voor de chemie zijn de elementen. Er zijn er 81 stabiel. Andere zijn radioactief of instabiel.

primzahlkreuzPlichta gaat op zoek naar het goddelijk bouwplan dat aanleiding geeft tot deze getallen; Hij wordt daarbij geïnspireerd door een uitspraak van Gauss dat er bij het onderzoek naar de natuur uiteindelijk een handvol getallen overblijven. Op deze queeste wordt hij zwaar tegengewerkt. Hij verliest zijn baan aan een onderzoekinstituut, zijn vader en vrouw worden vermoord en hij raakt verwikkeld in diverse rechtszaken. Hij ziet hierin een complot van duistere (bovenmenselijke?) tegenmachten die proberen te voorkomen dat hij in zijn opzet slaagt.

Het onderzoek van Plichta is chemisch – fysisch – wiskundig van aard. De geestelijke wereld en de hiërarchieën spelen in zijn redeneringen nauwelijks of helemaal niet een rol. Mocht hij slagen dan zou dat zeker fascinerend zijn. Hieronder zal worden betoogd dat vanuit een esoterisch standpunt wel degelijk aanleiding is om een relatie te leggen tussen de getallen 19 en 81 enerzijds en de bouwstenen voor de wereld waarin de mensheid zich probeert te ontwikkelen anderzijds.

The Assumption of the VirginDe hiërarchieën

Tussen de hoogste scheppingsmachten en de aardse mens bevinden zich negen hiërarchieën [2],[3]. Deze kunnen in drie groepen worden onderverdeeld. De hoogste is in staat om zelfstandige werelden te scheppen die na creatie  uit zichzelf kunnen verder bestaan. Op het menselijk niveau zou je aan een ondernemer kunnen denken die een bedrijf opricht dat na zijn dood blijft voortbestaan (voor dit voorbeeld en ook de volgenden geldt dat het uitermate triviaal is en alleen dient om een richting te duiden waarin men kan zoeken). De tweede groep van hiërarchieën is in staat om iets buiten zichzelf te creëren dat blijft bestaan zolang deze zich ermee verbindt. Denk bijvoorbeeld aan een koordirigent. De derde groep schept uit zichzelf, laat zichzelf in bepaalde vormen zien. Denk aan een danser of een zanger.

In iedere groep kunnen weer drie subgroepen worden onderscheiden die de werking van het geschapene, het schepsel, karakteriseert. De hoogste subgroep creëert een universele, kosmische werking. Deze is van belang voor de ontwikkeling van de totale mensheid. De tweede ondersteunt de ontwikkeling van de directe omgeving en heeft een lokale werking. De scheppingen van de derde groep, tenslotte, zijn in eerste instantie van belang voor het geschapene zelf.

In de kosmos, tot stand gekomen door de werking van deze negen hiërarchieën, treft de mens zichzelf aan. Die daad alleen al, de bewustwording van het eigen bestaan in de geschapen wereld, is de kiem voor de ontwikkeling van een tiende hiërarchie, die tot stand komt als de mens zelf als schepper gaat optreden. Dit oefent hij nu al in de techniek en de kunst.

100 facetten van de schepping

Bij het scheppen kunnen de bron en werkingsgebied worden onderscheiden. Er is sprake van een ‘waaruit’ en een ‘waarin’. Beide werelden zijn verbonden met een van de hiërarchieën of zijn daar een kant of een afdruk van. Substantie manifesteert zich door een vorm waarin een wezenlijkheid leeft. Vorm en wezenlijkheid zijn in feite twee kanten van hetzelfde. Wanneer een hiërarchie een verandering aanbrengt in het domein van een andere hiërarchie dan veranderen beiden. De schepper verandert door zijn daad zichzelf: in eerste instantie zijn wezenlijkheid, maar daardoor ook zijn substantie en zijn vorm. Het geschapene, het schepsel, verandert in eerste instantie iets in de vorm van de hiërarchie waarin het scheppen zich afdrukt, maar daardoor ook in de substantie en de wezenlijkheid.

10x10De oorspronkelijk negen hiërarchieën kunnen op 9×9 = 81 verschillende manieren op de zojuist geschetste wijze samenwerken. Hiervan zijn er negen waarin die samenwerking zich afspeelt binnen de eigen hiërarchie. In de nieuwe, zich langzaam vormende kosmos van tien hiërarchieën zijn er 10×10 = 100 verschillende soorten van samenwerking tussen twee hiërarchieën. Hiervan hebben 100-81 = 19 betrekking om de (toekomstige) mens. In negen daarvan werkt een van de oorspronkelijke hiërarchieën op de mens in. In negen andere is de mens initiatiefnemer en probeert hij, nog zeer onbeholpen en aarzelend, in een van de domeinen van de kosmische hiërarchieën iets tot stand te brengen. Ten slotte is er de scheppingsactiviteit waarin de mens aan zichzelf werkt. Dit maakt het honderdtal vol.

Esoterie van de getallen

Bij de esoterische beschouwing van de waarneembare werking van een getal N kan men er niet zonder meer van uitgaan dat hierin ook werkingen van alle getallen 1, …, N-1 duidelijk kunnen worden aangewezen. Zo drukt zich het getal 12 onder meer uit in de 12 tekens van de dierenriem, maar ook op vele andere plekken, bijvoorbeeld in de 12 tonen in een octaaf, of in de 12 apostelen. Eenduidige afbeeldingen van deze 12-tallen op elkaar zijn discustabel, maar serieuze pogingen kunnen wel tot een verdiept inzicht leiden in de wezenlijkheid van het getal 12. Onderzoek naar de wijze waarop de 100 samenwerkingen tussen 10 hiërarchieën eenduidig kunnen worden afgebeeld op 81 chemische elementen en 19 aminozuren moet daarom zonder vooringenomenheid en met openheid voor alternatieven gebeuren.

Het decimale stelsel

Tenslotte nog een zeer interessant vermoeden van Plichta. Hij meen te hebben gevonden dat er een patroon zit in sommige natuurconstanten zoals ze als decimale getallen worden gegeven. Hij concludeert daaruit dat er in de schepping mogelijk een decimaal systeem zit ingebakken. Dit is een fascinerende gedachte die ondersteund wordt door de observatie dat de mens op weg is om de tiende hiërarchie te worden. Vanuit het perspectief van de mens zou kunnen worden gesteld dat de hele schepping zoals hij die waarneemt om dit punt draait. Dit zou het doel kunnen zijn van de hiërarchische samenwerkingen. Ieder ander doel is door de mens ook niet voor te stellen omdat hij zich dan buiten zichzelf zou moeten plaatsen. Onherroepelijk is hij in zijn diepste wezen het centrum van de door hem waargenomen wereld. De observatie dat natuurconstanten dit met patronen in hun decimale waarden zouden bevestigen of ondersteunen is ronduit adembenemend.

Conclusies

Het onderzoek van Peter Plichta laat zien dat op basis van de harde natuurwetenschappen en hoofdzakelijk kwantitatieve analyses sommige getallen een specifieke rol spelen in het bouwplan van de schepping. Dit kan worden bevestigd vanuit de samenwerking van de hiërarchieën. Deze kunnen worden gezien als de primaire uitvoerders van dit bouwplan. Wat uiteindelijk zichtbaar wordt in atomen, natuurconstanten, tijden en de geometrie is een afdruk van deze samenwerking. Misschien wel het meest vernieuwende in het onderzoek van Plichta is dat het doet vermoeden dat ook het door de mensen gehanteerde decimale stelsel een element is van deze afdruk. Dit versterkt het  inzicht dat het doel van de schepping zoals die door de mens wordt waargenomen het creëren van een tiende hiërarchie is.

Referenties

[1] Peter Plichta, Das Primzahlkreuz. Band I: Im Labyrinth des Endlichen. Quadropol, Düsseldorf, 1991, ISBN 3-9802808-0-2.

[2] Dionysius de Areopagiet, De hemelse hiërarchie, Adventum,2015, ISBN 978-90-73310-97-I

[3] Rudolf Steiner, Die geistige Wesenheiten in den Himmelskörpern und Naturreichen, Rudolf Steiner Verlag, GA 136, 1974, ISBN 3-7274-1361-1.

* In dit artikel is uitsluitend het eerste deel van Das Primzahlkreuz in aanmerking genomen.

Mei 2017

 

Print Friendly, PDF & Email
Scroll naar top