2 – 3

“Je bent zwanger, of je bent niet zwanger”, sprak de voorzitter tot mij. “Meer mogelijkheden zijn er niet. Je moet nu een keuze maken”. Heeft hij gelijk of heeft hij ongelijk? Of is de wereld groter? Juist het voorbeeld van zwangerschap geeft aan dat in de tegenstelling iets nieuws geboren kan worden.

Je kunt duidelijk niet zwanger zijn. Van zwangerschap is dan geen sprake. Je denkt er niet aan, het komt niet aan de orde. Je bent met heel andere zaken bezig dan zwangerschap.

Je kunt ook overduidelijk wel zwanger zijn. Je weet het. Je omgeving weet het. Je leeft toe naar de geboorte. De zwangerschap is daar, het is een element van je leven. Je bent je er voortdurend van bewust.

Je kunt echter ook zwanger zijn zonder het te weten, of gewoon vergeten dat je zwanger bent. Je kunt ook hopen of vrezen dat je zwanger bent. Je kunt ook verlangen naar de zwangerschap die niet wil komen. Je bent er wel mee bezig, maar fysiek is het nog niet aan de orde.

Dankzij ons bewustzijn kunnen we fysiek in de ene situatie zijn en ons in het denken, voelen en willen, in de ziel, met de andere bezig houden. Wie zegt: “Je bent zwanger, of je bent niet zwanger, je moet nu een keuze maken”, reduceert de vraag tot een harde, fysieke situatie. Hij is het stadium voorbij van het afwegen, het eventueel omhullen van een voor sommige moeilijke keuze met verzachtende randvoorwaarden. Hij suggereert dat er in de fysieke wereld slechts twee opties zijn. In het afwegen van het antwoord echter, ligt een derde element verborgen.

Print Friendly, PDF & Email
Scroll naar top