Tellen in tijd
We kunnen objecten die onderling overeenkomen onderscheiden van objecten die onderling verschillen. Daardoor kunnen we het aantal overeenkomende tellen. Dit kan een praktisch nut hebben: het aantal stoelen rond de tafel, het aantal borden voor de maaltijd, het aantal stappen tot het hek. Doordat ze overeenkomen zijn ze uitwisselbaar. Soms is het aantal elementen ook karakteristiek voor het geheel. Krukken met drie, vier of vijf poten hebben andere eigenschappen en worden onder andere omstandigheden gebruikt.
De gebruikelijke rekenkunde is geschikt voor dergelijke overeenkomende elementen: voegen we een zak met 15 knikkers samen met een andere zak met 12 knikkers dan hebben we 15+12=27 knikkers. Verzamelen we 5 zakken van 12 knikkers in een grote zak, dan zitten daar 5×12=60 knikkers in. Dit is helder en eenvoudig omdat knikkers ruimtelijk gescheiden zijn.
Heel anders is het als we gebeurtenissen in de tijd beleven en willen tellen. Stel, we boeken een reis van vier dagen en besluiten om direct aansluitend een tweede trip van drie dagen te boeken. Hierdoor hebben we eerst drie overnachtingen nodig, daarna nog twee, maar tussen de ene en de andere reis zit nog een extra nacht. Besluiten we echter de tweede trip te laten beginnen op de dag waarop de eerste eindigt dan duurt het totaal dus 4+3-1, dus zes dagen en geen zeven. Als we de twee trips samenvoegen hebben we of een extra nacht nodig, of de totale reis duurt een dag korter.
Het verschil tussen deze voorbeelden in ruimte en tijd wordt veroorzaakt doordat de samenvoeging van groepen van losse knikkers nog steeds resulteert in een verzameling losse knikkers, terwijl de combinatie van twee reizen een extra actie vereist: een extra nacht of een gecombineerde dag. Door een ingrijpende gebeurtenis in mijn biografie werd mij dit hardhandig duidelijk gemaakt.
Biografisch voorbeeld
Eerder rapporteerde ik al dat de fascinatie voor het getal 19 mij op verschillende manieren besprong, bijvoorbeeld tijdens een reis naar de Noordkaap, en door het incident met de twee emmers water. Op een later moment kreeg ik om een ogenschijnlijk triviaal probleem een ernstig verschil van mening met enkele collega’s. Dit liep zo hoog op dat ik op het punt stond nog dezelfde dag, een dag voor een vakantiereis, mijn baan op te zeggen. Met grote moeite wist ik dat, dankzij mijn echtgenote, nog even uit te stellen. Na afloop van de vakantie kwam het probleem opnieuw aan de orde en kon niet worden opgelost. Na een emotionele bijeenkomst deden we er voorlopig het zwijgen toe. Het probleem kwam in de loop van de volgende weken opnieuw op, verschoof naar andere zaken en loste zich enigszins op ten koste van nieuwe problemen.
Geleidelijk veranderde de collegiale verhoudingen. Het greep mij allemaal aan, omdat ik het gevoel had dat het de wezenlijkheid aantastte van mijn werk en van de ontwikkeling van de werkgroep waar ik deel van uitmaakte. Ik maakte een overzicht van dit proces. Het bleek dat de cruciale overleggen en incidenten steeds 19 dagen uiteen lagen. Hier werd ik niet vrolijk van, omdat ik het gevoel kreeg dat het getal 19 mij demoniseerde. Ik voorkwam om van te voren uit te rekenen wanneer de volgende crisis zich zou voordoen. Pas dagen later kon de significantie van gebeurtenissen worden vastgesteld. Zou dit ooit ophouden?
Na een klein half jaar, waarin ik meerdere keren op het punt had gestaan afscheid te nemen van mijn collega’s, was ik op een mooie herfstdag bij de bruiloft van een vriend. Het was een heerlijke, rustige locatie, mooie natuur, een geheel andere sociale groep met goede vrienden en kennissen. Ik genoot er van en telde. Het was de negende keer dat een periode van 19 dagen werd afgesloten, maar nu op een geheel andere wijze. Zou mij nu wat rust gegund worden? Het leek er op. De verhoudingen leken zich hierna enigszins ten goede te keren. Toch was er 19 dagen later weer een nieuw, maar ongerelateerd incident. Was 9×19 niet genoeg? Hierna verschoof de focus van mijn aandacht zich van de sociale hectiek naar deadlines en nieuwe projecten. De tellerij verliet mij voorlopig.
Terugblik
Terugkijkend en de agenda raadplegend vielen mij later twee zaken op. In de meeste perioden van 19 dagen, vooral in het begin, was steeds de 10e dag er een waarop alle problematiek volstrekt onzinnig scheen. Waar maakte ik mij druk om? De moeilijkheden waren toch niet wezenlijk. Er waren toch veel interessantere zaken om mij op te concentreren? Deze afstandelijkheid was echter steeds maar kort vol te houden.
Een tweede aspect dat mij nu opviel is dat ik bij het tellen altijd van incident tot-en-met incident had geteld. Hoewel ik steeds tot 19 telde, overlapten de perioden van 19 dagen steeds een dag. Het ging eigenlijk om perioden van 18 dagen. Lang, vele jaren lang heb ik dit niet begrepen. Langzaam drong tot mij door dat bij het optellen van verbonden gebeurtenissen in de tijd in de zin dat het totaal als een geheel moeten worden gezien, de staart van de ene en de kop van de volgende gebeurtenis moeten overlappen. Anders zit er een gat, in mijn geval een nacht tussen.
In mijn beleven verplaatst een emotionele moeilijkheid zich manifesterend in een sociaal probleem in negen stappen (nachten?) naar negen niveaus boven mijn dagelijks bewustzijn, daalt vervolgens in negen stappen weer af naar het fysieke leven en openbaart zich dan op de negentiende dag in een gemetamorfoseerde sociale / biografische uitdaging die van buiten, vanuit het leven, op mij af komt. Deze vormt tegelijk het startpunt voor de volgende reeks. Dit gebeurde negen of tien keer, waarna de verhoudingen in mijn leven zich vernieuwden.
(Dit persoonlijke, biografische voorbeeld was een stuk gecompliceerder dan geschetst. Het essentiële aspect m.b.t. de getallen was zoals beschreven).
19 keer 19
De wijze waarop een reeks periodes door hun overlap tot een geheel versmelten doet sterk denken aan de wijze waarop het negenvoudig mensbeeld tot een zevenvoudig mensbeeld wordt samengetrokken zoals Rudolf Steiner dat schetst in de Theosofie. Het is ook in overeenstemming met de structuur van de 3 overlappende reeksen van 7 voordrachten die tot een cyclus van 19 voordrachten leidt. Het is de werking van het ik die voor de eenheid zorgt. Hetzij wezensdelen, hetzij een reeks van werkingen worden tot een organische eenheid gevormd. Soms zijn het duidelijk onderscheidbare elementen als dagen (en misschien jaren) en afzonderlijke voordrachten die de reeks bepalen, soms echter bepaalt het ik zelf wanneer een nieuwe stap aan de orde is, zoals bij de voorbereiding van een werkstuk of een lezing.
We kunnen overlappende samenvoegingen op de volgende wijze algebraïsch noteren:
N ⊕
M = N + M -1 is het aantal elementen van de vereniging van twee reeksen van respectievelijk N en M elementen.
N ⊗
M = N × (M-1) + 1 is het aantal elementen van de vereniging van N reeksen van M elementen.
Omdat lichaam, ziel en geest alle drie uit drie delen bestaan, wordt het zevenledig mensbeeld dus gekarakteriseerd door 3 ⊗
3 = 7 delen. 19 is te schrijven als 3 ⊗
7 = 19. Interessant is nu 19 ⊗
19 = 343. Hierboven werd de persoonlijke ervaring van 9 of 10 perioden van 19 dagen beschreven. De dominante beleving van de perioden van 19 dagen verdween hierna. Dit riep echter wel de volgende vraag op.
In eerste instantie had ik 9 periodes beleefd, die duidelijk konden worden ervaren als verbonden, dus overlappende periodes van 19 dagen. In het totaal dus 9 ⊗
19 = 163 dagen. Een periode verder, die er wel was maar naar een andere karakteristiek wees, leidde tot 10 ⊗
19 = 181 dagen. Mijn eerder beleven van het getal 171, het incident met de twee emmers water, zat hier midden in. Dit getal wijst volgens Rudolf Steiner naar de horizon van het menselijk beleven (GA 104, 11e voordracht), achter ons en voor ons, bij zijn bespreking van de mensheidsontwikkeling in 7×7×7 = 343 fasen. Niet door hem genoemd is dat ook 19 ⊗
19 = 343. Zou mijn belevenis te begrijpen zijn als een microkosmische afbeelding van het verleden in de eerste 9 periodes, vervolgens een beeld van het hier en nu in de 10e periode, en daarna een beeld van de toekomst in de volgende 9 periodes? Zij waren zonder meer hectisch maar waren vervuld van een geheel andere problematiek dan de eerste 9 periodes. Het zou de moeite waard zijn om in mijn aantekeningen na te gaan of er inderdaad sprake zou kunnen zijn van 9 verschillende periodes die als een voorbereiding op een mogelijke toekomst kunnen worden geïnterpreteerd.
Ten slotte nog een coïncidentie. In een verzameling notities en berekeningen in relatie met het bovenstaande schreef ik ooit: 19 ⊗
19 = 343 = 171 + 1 + 171 = 9×19 +1 + 9×19 = 18×19 + 1 (RS), om aan te geven dat dit berustte op mededelingen van Rudolf Steiner. Ik staarde daar enige momenten naar. Toen klopte het hart in de keel, want ik realiseerde mij dat R en S de 18e en de 19e letters in ons alfabet zijn. De initialen van Rudolf Steiner verwijzen dus naar de horizon van de mensheid.