AI en de antroposofie

Antroposofie is gebaseerd op een niet-materialistisch wereldbeeld. Er is een geestelijke wereld die zich manifesteert in de materiële wereld om ons heen. De mens is burger van beide. Dit heeft zijn consequenties voor de rol van de techniek in het menselijk handelen. De kunstmatige intelligentie (AI) neemt hier een zeer speciale plaats in omdat het volgens sommigen mogelijk is dat alle menselijke intelligentie door kunstmatige intelligentie kan worden verbeterd en deze daardoor kan vervangen. Het zou het einde van de rol van de mensheid kunnen betekenen. Vanuit het antroposofische perspectief is deze verwachting potentieel onjuist. Onderstaande beschouwing is geïnspireerd door wat Rudolf Steiner heeft uiteengezet over de ondernatuur (GA 26) en overlapt gedeeltelijk eerdere notities over het denken en de intelligentie in verband met AI. De volgende stappen komen aan de orde:

  • Wat wordt onder intelligentie verstaan?
  • Ooit kon de mensheid de kosmische intelligentie, de relaties tussen de geestelijke begrippen direct waarnemen.
  • Dit vermogen is verloren gegaan en vervangen door het bestuderen van de fysieke wereld: aardse intelligentie.
  • Het begrijpen van de fysieke wetmatigheden is door middel van kunstmatige intelligentie buiten ons geplaatst.
  • De rol van de techniek en de AI is dat zij het fysieke handelen en het mechanisch denken ondersteunen en geleidelijk vervangen.
  • AI markeert een significante stap in de mensheidsontwikkeling.
  • Mogelijkheden en gevaren kunnen worden begrepen in het licht van de relatie tussen schepping, schepper en schepsel.
  • In conclusie: AI kan een wezenlijk hulpmiddel zijn voor de individuele mens om een individuele relatie met de geestelijke wereld te realiseren..

Intelligentie

Intelligentie is het vermogen om begrippen te verbinden. Een begrip is potentieel veel rijker dan een woord of een definitie. Deze vormen slechts een handreiking aan een lezer of luisteraar en verwijzen naar een element in de geest. Voorbeelden van intelligentie zijn:

  • Met een hamer een spijker in de muur slaan, waarbij een geschikte hamer is gekozen en de spijker op een verstandige manier wordt vastgehouden.
  • Een afspraak maken zodanig dat onderwerp, tijdstip en deelnemers goed zijn afgestemd.
  • Begrijpen waarom een vriend plotseling door een opmerking geraakt is en dit in het verdere gesprek laten merken.

Hierbij is reflectie over de elementen die verbonden moeten worden noodzakelijk. Er zitten soms meer kanten of eigenschappen aan dan die zich in eerste instantie aandienen. Intelligentie zorgt voor een gezonde, werkzame verbintenis.

Kosmische intelligentie

De verschillende scheppingsmachten die zorg dragen voor de ontwikkeling van de mensheid dragen daar volgens Rudolf Steiner in diverse samenwerkingen aan bij, zie onder meer GA 13. Voor niet-helderzienden zijn dit in eerste instantie mededelingen uit een voor hen niet (meer) toegankelijke geestelijke wereld. Verhalen uit bijvoorbeeld de Germaanse en Griekse mythologie of uit de Veda’s schetsen beelden van gebeurtenissen in de godenwereld. Op een veel lager niveau kunnen de ontmoetingen tussen diverse natuurkrachten worden beleefd, zoals in het weer, in de geologie of in de chemie. Het zijn manifestaties van uiteenzettingen tussen geestelijke machten. In natuurwetenschappelijk onderzoek worden deze op abstracte wijze bestudeerd. De geestelijke oorsprong van de natuurkrachten wordt dan niet in aanmerking genomen omdat die voor de meeste onderzoekers niet meer waarneembaar is.

Aardse, menselijke intelligentie

Wanneer de geestelijke wereld niet kan worden waargenomen moeten begrippen worden gebaseerd op waarnemingen via de fysieke zintuigen. Toch kunnen ook geestelijke waarheden afkomstig van waarnemingen van helderzienden worden meegenomen voor zover die in het menselijk begrippenkader kunnen worden ingepast. Een voorbeeld is het erkennen en gebruiken van de rol van het bewustzijn en de op grond daarvan sluimerende vermogens als imaginatie, inspiratie en intuïtie. Voor wie de rol van het bewustzijn afwijst is intelligent gedrag anders dan voor wie deze accepteert.

De mensheid ondervindt de consequenties van een afsnoering van de geestelijke wereld. Deze is niet meer direct voor ons toegankelijk Op een enkele uitzondering na kan kennis hieruit alleen nog via overlevering worden verkregen. Intelligentie wordt bepaald door kennis over de fysieke wetmatigheden en niet meer over de scheppingsmachten zelf omdat de waarneming hiervan ontbreekt. De begrippenverzameling waarop intelligentie betrekking heeft beperkt zich echter niet tot de fysieke buitenwereld, maar omvat ook wat er mogelijk in ons leeft: gevoelens, voorkeuren, wijzen van redeneren. Dit is niet alleen noodzakelijk voor sociaal intelligent gedrag, maar bijvoorbeeld ook voor amusement of voor de behandeling van ziekten.

Kunstmatige intelligentie

De mens heeft zelf een scheppend vermogen in de fysieke wereld. Hij is niet alleen in staat om fysieke objecten te creëren, maar kan ook zijn kennis over deze wereld afbeelden d.m.v. kunst, woorden en techniek. Ook de wijze waarop hij zelf handelend optreedt kan hij fysiek nabootsen. Met behulp van fysieke sensoren (bijv. camera’s en microfoons) en het statistisch analyseren van de waarnemingen worden op kunstmatige wijze begrippen gevormd. Dit leidt tot kunstmatige intelligentie als deze begrippen worden gerelateerd door algoritmen die het menselijk redeneren nabootsen.

Een recente, belangrijke ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is dat de statistische analyse niet beperkt blijft tot verzamelingen fysieke waarnemingen maar zich ook richt op de vele teksten die de menselijke kennis rapporteren. Hierdoor ontstaat een menging van pure kunstmatige intelligentie en een kunstmatige samenvatting van menselijke intelligentie.

Een bijzonder significante volgende stap in AI was de totstandkoming van generatieve modellen. Hierdoor kunnen nieuwe teksten en beelden worden gecreëerd als antwoorden op vragen en op basis van bestaande voorbeelden. Deze laatsten worden niet gekopieerd, maar dienen slechts om modellen te trainen die taalkundig vrijwel foutloze teksten leveren alsmede afbeeldingen die correcte, natuurlijke scènes weergeven. Het suggereert creativiteit, maar het is een combinatie van statistiek en gedetermineerde algoritmen. Toch zijn de resultaten van deze quasi creativiteit soms moeilijk te herkennen als niet-menselijk. Dit zou een stap in de ontwikkeling van de techniek kunnen zijn vergelijkbaar met het beheersen van het vuur. Er is een volstrekt nieuwe situatie ontstaan die de samenleving significant verandert. De mens krijgt essentiële nieuwe mogelijkheden en wordt door nieuwe gevaren bedreigd. Dit zal hem uitdagen om zijn eigen vermogens verder te ontwikkelen. (Eerdere beschouwingen over de kunstmatige intelligentie dateren van voor of van direct na deze stap).

De rol van de techniek en AI

Techniek ondersteunt de mens in het aardse leven, in eerste instantie in fysieke zin. AI biedt daarnaast ook een mentale hulp. Voor de klassieke fysieke techniek is het nodig de natuurwetten te kennen om deze te ontwikkelen. Voor kunstmatige intelligentie moeten begrippen, hun relaties, en het denken expliciet worden gemaakt. Met beide leren we de schepping beter kennen.

Bij het gebruik van door anderen ontwikkelde techniek hoeven we ons zelf niet in te spannen. Hierdoor krijgen we ruimte voor andere activiteiten. Techniek schenkt ons de kans om onze specifiek menselijke kwaliteiten beter te benutten. Als we techniek echter met aandacht inzetten wordt daardoor het domein van toepassing vergeestelijkt. Het wordt doordrongen met de resultaten van onze geestelijke inspanningen en waarnemingen. Tegelijk wordt het bewustzijn verder ontwikkeld. Hoe geldt dat precies voor AI? Enkele voorbeelden.

We stellen een vraag aan een AI chatbox, bijvoorbeeld over een historische gebeurtenis, of over het werk van een kunstenaar. Het antwoord ontstaat uit een herschreven compilatie van wat er op het internet of in een door onszelf aangegeven database is te vinden. Het kan interessant zijn en onze belangstelling bevredigen maar ook verder prikkelen. Als het resultaat t.b.v. een tijdschrift moet worden gebruikt is het beslist noodzakelijk om dit kritisch te bekijken. Een hoop zoekwerk is voor ons gedaan, en netjes samengevat. Het moet echter wel geverifieerd worden. Daarnaast is er de essentiële mogelijkheid om eigen observaties en inzichten toe te voegen.

Gegenereerd door Gemini

Een tweede voorbeeld. Een arts moet een diagnose stellen en vraagt advies aan een AI systeem op basis van alle testuitslagen en de patiënthistorie. Hij weet, of zou horen te weten, met welke database het systeem is getraind. Hij ziet en spreekt echter ook de patiënt. De arts moet het resultaat van het technische hulpmiddel benutten om op basis van zijn eigen waarnemingen tot een verantwoord oordeel te komen. Het zou moreel onverantwoord zijn om zonder meer het computer resultaat over te nemen.

Uit deze twee voorbeelden blijkt dat er veel routinematig werk aan AI kan worden uitbesteed. Dit geeft ruimte aan de specifiek menselijke kwaliteiten, creativiteit en moraliteit. De kunstmatige intelligentie kan daardoor een zeer essentieel middel zijn om het menselijke in ons verder te ontwikkelen.

AI en de mensheidsontwikkeling

Intelligentie is het vermogen om begrippen te laten groeien door hun interactie waar te nemen. Oorspronkelijk was dit mogelijk voor de mensheid omdat ons een blik op de godenwereld werd gegund. Langzamerhand verdween dit vermogen. Onze zintuigen werden steeds aardser en de geestelijk wereld werd steeds meer een door overlevering vastgehouden herinnering: de scheppingsverhalen, de mythen en de sprookjes.

Begrippen hadden daardoor steeds meer behoeften aan definities en fysieke waarnemingen. Hun interacties werden gekoppeld aan de natuurwetten. Intelligentie werd steeds mechanischer. Zowel het handelen van de mens als zijn denken werd steeds meer beschreven en ervaren als een mechanisme. Mens en samenleving werden steeds meer als een machine beschreven.

Het creëren van machines geeft de mogelijkheid om het mechanische handelen buiten ons te plaatsen. De kunstmatige intelligentie doet hetzelfde met het dood geworden denken. Door het maken van machines die deze mechanische kant van ons handelen en denken nabootsen worden we er ons van bewust. Tegelijk kunnen we de ontwikkelde machines benutten om een deel van onze taken over te nemen. Dit schept een gevaar en brengt ons een mogelijkheid.

Schepping, schepper en schepsel

Bij een schepping ontstaat er een schepsel. De schepper verandert daarbij. Hij kan twee soorten relaties met zijn schepsel onderhouden. Zij kunnen gescheiden wegen gaan en zij kunnen tot een symbiose komen.

Nadat we een machine hebben gemaakt kunnen we veel van onze taken aan de door ons zelf geschapen mechanismen over laten. We worden vanuit dat perspectief zelf, gedeeltelijk, overbodig. We kunnen zelfs onze eigen machines in de weg lopen omdat we in termen van hun wetmatigheden onvolmaakt zijn.

Doordat we machines hebben gemaakt die onze activiteiten zo goed mogelijk in de fysieke wereld nabootsen konden we onszelf beter leren kennen. Alles wat niet fysiek kan worden afgebeeld moet een niet-fysieke, en dus een geestelijke oorsprong hebben. Creativiteit en moraliteit zijn voorbeelden van menselijke vermogens die niet door mechanische wetten kunnen worden beschreven omdat ze individueel zijn. Ieder mens heeft in deze gebieden andere vaardigheden, die zich bovendien in de loop van een leven ontwikkelen.

Als we de niet specifiek menselijke vaardigheden zo goed mogelijk buiten ons plaatsen kunnen we ons gaan concentreren op wie we eigenlijk zijn en dit verder ontwikkelen. Om te voorkomen dat er een tweedeling in de samenleving van mens en machine ontstaat moet de interactie veel aandacht krijgen. Machines moeten worden onderhouden, begrepen blijven en gestopt kunnen worden wanneer ze actief dreigen te worden buiten het oorspronkelijk bedoelde domein. Dank zij de machines kunnen we ons zelf verder ontwikkelen, dat betekent dat we goed voor ze moeten zorgen, vergelijkbaar met onze verantwoordelijkheid voor de natuur en de dierenwereld.

Conclusie

De kunstmatige intelligentie biedt ons de mogelijkheid om de doodskrachten in ons denken te bestuderen. We kunnen AI benutten om ons geestelijk enigszins te bevrijden van deze krachten en daardoor het levende denken in ons verder ontwikkelen. De vermogens die we daarbij winnen zouden ten goede moeten komen aan de gehele schepping waaruit we deze vermogens hebben kunnen ontwikkelen.

 De kosmische intelligentie kan via de kunstmatige intelligentie de relatie van de menselijke intelligentie met de geestelijke wereld herstellen, maar dan op individuele basis.

 

 

Scroll naar boven