Het idealisme

Wat is de basis van onze wereld? Is dat de materie, eventueel aangevuld met de natuurkrachten? Hoe komt het dat ik die kan waarnemen? Zijn onze zintuigen, belevenissen en gedachten poorten naar een wereld buiten mij, die los staat van de wereld in mij? Zoiets zou er toch moeten zijn als je niet wilt accepteren dat materie over zichzelf kan gaan nadenken. Maar twee werelden kunnen toch niet los van elkaar bestaan, terwijl de een de andere wel kan waarnemen?

Een tweede argument tegen het materialistisch wereldbeeld is dat ieder waarneming van de wereld deze verandert. Natuurbeheerders kunnen daar over meepraten. Geef je de mensen de gelegenheid de natuur te zien door deze toegankelijk te maken, dan is die daardoor verandert. Ontdekkingsreizigers maakten een eind aan de terra incognita. Nadat het onbekende gebied gevonden is bestaat het als zodanig niet meer. De kwantum mechanica heeft dit ook experimenteel aangetoond. Iedere fysische observatie verandert het waargenomen object. Een strikt dualisme is niet mogelijk, maar een materialistisch monisme lijkt in strijd met het innerlijk beleven dat we buiten de wereld staan die we waarnemen.

Het idealisme is een poging om vanuit het monisme de wereld een unieke basis te geven in de geest. Bisschop Berkeley (1685-1753) was een van de grondleggers van het spiritualisme of subjectief idealisme: objecten bestaan dankzij de waarnemer. Niet de materiële buitenwereld, maar het innerlijk van waarnemer is leidend. Er valt veel aan toe te voegen en uit te leggen om je dit inzicht eigen te maken.  Het kan worden gekarakteriseerd als psychisch monisme, tegenover het fysisch monisme (ook wel fysicalisme genoemd). Het standpunt van Rudolf Steiner in de Filosofie van de Vrijheid is een vorm van neutraal monisme: de schepping manifesteert zich zowel in de geest, het spiritualisme, als in de fysieke wereld, het materialisme.

In een recent boek maakt de Nijmeegse universitaire onderzoeker Bernardo Kastrup (computer techniek en filosofie) zich hard voor het idealisme: The Idea of the World, 2019. Het is gebaseerd op een tiental artikelen in gereviewde, voornamelijk filosofische tijdschriften. Vijf delen van ieder twee artikelen bouwen systematisch zijn betoog op. Argumenten voor en tegen worden uitvoerig besproken met veel referenties naar de openbare wetenschappelijke literatuur onderbouwd. Ieder deel wordt voorafgegaan met een lezenswaardige introductie. Dit is zeer behulpzaam omdat de artikelen zelf geschreven zijn voor professionele collega-onderzoekers. Nog net leesbaar voor de geïnteresseerde leek.

Neurofysiologische en kwantum-mechanische experimentele waarnemingen onderbouwen de volgens Kastrup onhoudbare positie van het fysisch monisme, die desondanks nog steeds het dominante wetenschappelijke paradigma is. Dit leidt steeds weer tot “het moeilijke probleem van het bewustzijn” (“the hard problem of consciousness“): hoe en waarom kunnen fysieke toestanden als hersenprocessen tot bewustzijn leiden? Sommige onderzoekers lossen dit op door bewustzijn te ontkennen of tot een illusie te verklaren, zoals Daniel Dennett in Consciousness Explained.  Kastrup maakt hier korte metten mee: wie bewustzijn een illusie noemt erkent feitelijk het bestaan ervan.

De delen II en V zijn het interessants omdat deze Kastrup’s ontologie (een beschrijving van het geheel van de schepping) uitleggen. De overige delen, ook zeer de moeite waard, behandelen vooral de argumenten pro en contra. Het boeiende van deze ontologie is dat hij de mens, de wereld. de kosmos. dus al wat bestaat, baseert op een enkele fundamentele bouwsteen: het bewustzijn. Alles is uiteindelijk bewustzijn. Sterker nog, alles is uiteindelijk gebaseerd op één enkel, universeel bewustzijn. Dat er verschillende, te onderscheiden, mensen, dieren, planten, voorwerpen, stoffen, planeten en sterren zijn komt, in deze visie, doordat dit universele bewustzijn zich kan manifesteren in verschillende “alters”. Dit zijn extreme vormen van bewustzijns-modi die iedereen in hun lichte verschijningsvormen wel herkent: ons bewustzijn als automobilist is anders dan als voetganger. Thuis is onze persoonlijkheid anders dan op het werk. Dit kan tot interessante observaties leiden als collega’s elkaar thuis opzoeken, of elkaar per ongeluk op een camping tegenkomen. Extremere vormen zijn de multiple persoonlijkheden die bij schizofrene dissociatieve identiteitsstoornissen optreden. Het kan dan moeilijk of onmogelijk zijn om in bepaalde omstandigheden van de ene in de andere “alter” over te gaan.

Als alles wat we tegenkomen in de wereld, volgens het beschreven idealisme, verschillende manifestaties, verschillende alters van één en hetzelfde universele bewustzijn zijn, dan is ook alles met alles verbonden. Zoals wat wij meemaken in de slaap zelfs als het “onbewust” is, ook ons gedrag overdag beïnvloedt, zo moet uiteindelijk elke gebeurtenis in de schepping zijn invloed hebben op al het andere. Dit is een spannende gedachte waar in het laatste deel verder op wordt ingegaan. Op microscopische schaal is dit fenomeen in kwantum mechanische experimenten zichtbaar gemaakt.

Het is fascinerend om de consequenties van de niet-lokaliteit verder te doordenken. Iedere waarneming leidt volgens het beschreven idealisme tot een verandering van het waargenomene. Kijk ik naar een tafeltje, dan ziet de volgende waarnemer van hetzelfde tafeltje een ander tafeltje. “Hetzelfde tafeltje” bestaat dus niet. Nadat duizend mensen op een drukke dag in het Rijksmuseum de Nachtwacht hebben bekeken, moet het een ander schilderij zijn geworden. Ik vraag mij af Kastrup bedoelt dat dergelijke veranderingen alleen plaatsvinden in het bewustzijn van de waarnemers, of ook in het fysiek van het tafeltje, respectievelijk het schilderij. Dat laatste lijkt de logische consequentie van zijn betoog en zou dus ook met meetinstrumenten te detecteren moeten zijn.

De antroposofisch geïnteresseerde lezers kan zich afvragen hoe Kastrup’s idealisme zich verhoudt tot Steiner’s Filosofie van de Vrijheid. In hoofdstuk 3 wordt betoogd dat, doordat we alles met het denken kunnen beschouwen en zelfs over het denken zelf kunnen denken, juist het denken, en niet het bewustzijn, de basis is van waaruit we de wereld kunnen proberen te begrijpen. Even verder in dit zelfde hoofdstuk wordt toegegeven dat het denken niet kan ontstaan zonder dat er eerst bewustzijn is gecreëerd, De filosoof is het echter niet om het scheppen van de wereld te doen, aldus Steiner, maar om het begrijpen daarvan.

Het gaat Kastrup niet om het wezen van de mens, zijn denken en zijn vrijheid, maar wel degelijk om de totaliteit van de schepping. Er is niet direct een conflict met Steiner omdat Kastrup geen poging doet om het unieke van het “alter” van de mens te beschrijven. Het is daardoor wel onvolledig. Hoewel een enkele keer het “ik” van de mens in het boek wordt genoemd, komt de unieke menselijke mogelijkheid niet aan de orde.

Deze mogelijkheid zou als volgt kunnen worden beschreven: het “alter” van de mens kan zich volledig los maken van het universele bewustzijn, en kan zich in vrijheid, met behulp van de Christuskracht, daar weer mee verbinden, maar voegt dan een unieke kwaliteit toe aan het universele bewustzijn. Alters die zo’n verbinding afslaan plaatsen zich dan definitief buiten het universele bewustzijn. Steiner beschrijft dat als hij de Vulcanus periode behandelt, bijvoorbeeld in de Wetenschap van de geheimen der ziel. Zou Kastrup deze mogelijkheid onderschrijven?

Een zeer interessant boek dat veel stof tot verder filosoferen biedt.

 

,

Print Friendly, PDF & Email
Scroll naar top